|
|
|
Het voordeel van "Open Source Software" voor het onderwijs:
Jarenlang beheerste een bedwelmende stilte het debat
over het nut en de noodzaak van informatica in het onderwijs. Schoorvoetend
groeide het besef dat de computer bij uitstek een hefboom kan zijn om allerlei
noodzakelijke vernieuwingen los te wrikken. De computer biedt immers de kans om
eindelijk echt het zelfstandig, individueel en gedifferentieerd leren aan te
bieden op verschillende onderwijsniveaus. Het belang van computers op school is
inmiddels evident en de echte weerstand ertegen is verdwenen.
Na de oproep van de Vlaamse regering in december 1999, om op ruime basis
informatica in de scholen toe te gaan passen, schoten initiatieven als
paddestoelen uit de grond (Regionaal Expertisenetwerk Antwerpen,
Pienternet, Digikids e.a.). Voor de meeste leerkrachten was de computer iets
geheimzinnigs. Degenen die er wel enthousiast over waren, kregen direct allerlei
taken op dat nieuwe terrein toegeschoven. Ze werden al gauw koning en keizer
tegelijk, maar dan wel in het land der blinden en zonder kleren aan. Inmiddels
heeft zelfs de meest verstokte digibeet in onderwijsland in de gaten dat de
computer en het onderwijs bij elkaar horen. Niet dat iedereen nu direct
dolenthousiast is, maar je komt vandaag de dag nergens meer een radicaal njet
tegen. Wel onwennigheid en angst, geen verzet. Iedereen in het onderwijsveld
erkent dat ICT (informatie- en communicatietechnologie) er gewoon bij hoort. Het
kunnen ophalen en toepassen van gedigitaliseerde informatie bijvoorbeeld is
inmiddels terecht een erkend leerdoel.Problematisch zijn nu nog de
beschikbaarheid van voldoende hardware, de scholing van leerkrachten en de
aanschaf, beheer en onderhoud van zowel hardware als software. Bovendien heeft
het Ministerie Van Onderwijs absoluut te weinig aandacht voor de ontwikkeling
van applicaties en standaardisatie. De overheid denkt blijkbaar dat het kwistig
uitdelen van computers de klus klaart.
Wel integendeel, dan begint het pas. Vreemd genoeg staan alle teksten over
onderwijsvernieuwing steeds bol van begrippen als "de flexibiliteit van het
denken", "leerlingenparticipatie", "ervaringsgericht werken" en "kritische
ingesteldheid". Dezelfde "hoge" verwachtingen gelden echter blijkbaar niet meer
wanneer het gaat over die o zo belangrijke nieuwe vaardigheid: het vlot
gebruik van computers in steeds meer facetten van het dagelijkse leven.Want wat
ontdek je wanneer je de computeropleidingen die aangeboden worden aan de
meerderheid van leerlingen en leerkrachten, eens grondig onder de loep neemt?
Bijna zonder uitzondering bestaan deze uit niets anders dan een inleiding tot
het gebruik van commerciële softwarepakketten die één van de
volgende gebieden behandelen: tekstverwerking, werken met rekenbladen,
creëren van websites, communicatie via Internet. Deze software komt
bovendien bijna zonder uitzondering van éénzelfde leverancier, met
name Microsoft. De nadruk van deze "opleidingen" ligt meestal enkel op "passief
gebruik" en in de praktijk dan nog uitsluitend op het gebruik van dure
commerciële producten. Veroorzaakt dit enkel een ongezonde dominante
positie van Microsoft in het onderwijslandschap of liggen er nog andere gevaren
op de loer? Hoe een computer echt werkt, welke structuur erin zit bijvoorbeeld,
wordt tijdens deze cursussen niet bijgebracht. Dat zou nog niet zo erg zijn,
moesten er mogelijkheden zijn om zich buiten dit circuit bij te scholen. Dat is
absoluut niet het geval. Sterker nog, het ministerie wil er niet aan beginnen,
vindt het niet zinvol. Terwijl het wel buitengewoon nodig is, wil je de nieuwste
ontwikkelingen kunnen volgen en die ook weer aan de leerlingen kunnen
overdragen. Immers hoe de gebruikte software in elkaar steekt, wat het verschil
uitmaakt tussen goede of slechte software, wat de algemene kenmerken zijn van
het eigenlijke probleem dat de software helpt oplossen, hoe men zelf tot het
schrijven van degelijke software kan komen, dat alles laat men zonder nadenken
aan de "specialisten" over. Er is nog een andere hardnekkige drogreden die men
vaak van stal haalt:"De huidige software is zo gebruiksvriendelijk dat we ons
dus de moeite kunnen besparen om te leren hoe informatica en software
functioneren".
Bestaat er dan geen ICT benadering die perfect past bij de universele
onderwijswaarden zoals het leren leren, gelijke kansen, vrij onderzoek,... om
niet te vergeten zelfstandig evalueren, kritisch overdenken, doelgericht
structureren om tot zinvolle kennis te komen. Toch wel, er bestaat immers "Open
Source Software".
Open source Software is de verzamelnaam van alle software waarvan de broncode
("source") beschikbaar is voor, en aanpasbaar door iedereen, en die daardoor
bovendien meestal gratis verkrijgbaar is. Er is maar één
beperkende voorwaarde, nl. dat die aanpassingen ook vrij beschikbaar moeten zijn
en blijven voor de gemeenschap. Dit soort van software licentie is dus
fundamenteel verschillend van wat commerciële producenten aanbieden. Open
Source Software promoten vertrekt vanuit het besef dat deze software een enorm
potentieel aan toegevoegde waarde te bieden heeft aan het onderwijs. Volgende
argumenten bevestigen deze meerwaarde: De mogelijkheid om in de programmacode
zelf te gaan kijken biedt, boven op de vrijheid van onderzoek, een educatieve
toegevoegde waarde die geen enkele commerciële aanbieder kan evenaren.
De
Open Source filosofie sluit door zijn fundamenteel democratische instelling
naadloos aan bij universele onderwijswaarden zoals: het openstaan voor andere
meningen en inzichten, gelijke kansenvoor alle inkomensklassen, samenwerking
over grenzen heen,zelfontplooiing en zelfbeschikking, ervaringsgericht werken,
aankweken van een kritische reflex, stimulering van de flexibiliteit van het
denken, onafhankelijkheid, pluralisme, keuzevrijheid enz... Het gratis zijn van
de software biedt de mogelijkheid aan scholen om enerzijds hun uitgaven voor
informatica onder controle te houden, en om anderzijds hun leerlingen
verschillende alternatieven voor een zelfde probleem of taak te laten
uitproberen. Open Source Software is bij uitstek geschikt voor de ontwikkeling
van educatieve software: de openheid biedt de zekerheid dat iedereen die
potentieel kan bijdragen(leerlingen, ouders, leraars,hogescholen en
universiteiten) ook effectief de kans krijgt om bij te dragen, en dat die
inspanningen en resultaten voor de hele gemeenschapbeschikbaar zullen blijven in
de toekomst. De ontwikkeling van Open Source Software sluit een commerciële
samenwerking en distributie niet uit: uitgevers kunnen juist een meerwaarde
leveren aan educatieve Open Source Software projecten door de uitgaven te
verzorgen van deze software, tezamen met extra multimediaal materiaal. Vrij
beschikbare software van hoge kwaliteit beschermt het onderwijs tegen de
wurgende greep van dominante softwareproducenten. Dit leidt tot kritische
keuzevrijheid en de bijhorende competitieve klantgerichtheid, wat op zijn beurt
een ICT opleiding van hogere kwaliteit tot gevolg heeft.
Het succes van een op Open Source Software gestoeld ICT onderwijs staat of valt
met de mate waarin de overheid bereid en in staat is de bevolking te stimuleren
om eraan mee te werken. De grondgedachte is immers dat mensen zich aangesproken
voelen om vrijwillig en onbaatzuchtig bij te dragen tot iets dat nuttig is voor
de gemeenschap. Gelukkig zijn er nog mensen die niet wachten tot de overheid het
licht ziet. Enkele projecten, zoals Etos er
één is, proberen de onderwijswereld in te lichten over de
potentiële meerwaarde in afwachting dat inrichtende overheden zelf
voldoende ondersteuning en informatie aanbieden. Zulke initiatieven drijven op
dezelfde dynamiek en hetzelfde enthousiasme welke al decennia lang de
motor zijn achterjeugdbewegingen, sportclubs, amateursgezelschappen enz... Deze
dynamiek kan zonder twijfel ook aangeboord worden bij de invoering van een ICT
onderwijs dat democratisch en toekomstgericht is. De voorbeelden in het
buitenland zijn er, Frankrijk en Mexico om er maar twee te noemen. Hopelijk
wordt ook bij ons het roer snel omgegooid.
|